WhatsApp

Wil je een kosteloos gesprek met een van onze pensioenexperts. Plan direct je afspraak

Wat is een redelijk pensioen?

Tije Klootwijk ·

Een redelijk pensioen betekent dat je na je werkende leven voldoende inkomen hebt om je huidige levensstandaard te behouden. De meeste financiële experts gaan uit van zeventig tot tachtig procent van je laatstverdiende salaris als richtlijn. Dit percentage houdt rekening met lagere kosten na pensionering, zoals geen woon-werkverkeer meer en vaak een afbetaalde hypotheek.

Wat “redelijk” precies inhoudt, verschilt per persoon. Jouw woonlasten, gezondheid, leefstijl en plannen voor na je pensioen bepalen hoeveel je echt nodig hebt. In dit artikel beantwoorden we de belangrijkste vragen over pensioen berekenen, zodat je grip krijgt op je financiële toekomst.

Hoeveel inkomen heb je nodig na je pensioen?

Na je pensioen heb je gemiddeld zeventig tot tachtig procent van je laatstverdiende bruto inkomen nodig om comfortabel te leven. Dit percentage is een vuistregel die rekening houdt met wegvallende werkgerelateerde kosten en een vaak lagere belastingdruk. Jouw persoonlijke situatie bepaalt of je meer of minder nodig hebt.

Waarom is dit percentage lager dan je huidige inkomen? Enkele kosten verdwijnen vanzelf wanneer je stopt met werken:

  • Reiskosten naar je werk vallen weg
  • Werkkleding en lunches buitenshuis zijn niet meer nodig
  • Je betaalt geen pensioenpremie meer
  • Veel mensen hebben tegen die tijd hun hypotheek (grotendeels) afgelost

Maar er zijn ook kosten die juist kunnen stijgen. Denk aan meer vrije tijd die je wilt besteden aan hobby’s, reizen of de kleinkinderen. En zorgkosten nemen vaak toe naarmate je ouder wordt. Het is dus slim om niet alleen naar het percentage te kijken, maar ook naar je concrete plannen.

Een praktische aanpak is om je huidige uitgaven op een rijtje te zetten en per post te bekijken wat er verandert. Zo krijg je een realistischer beeld dan een algemene vuistregel je kan geven.

Hoe bereken je hoeveel pensioenpot je nodig hebt?

Om je benodigde pensioenpot te pensioen berekenen, vermenigvuldig je je gewenste jaarlijkse pensioeninkomen met het aantal jaren dat je verwacht met pensioen te zijn. Trek daar je verwachte AOW en eventueel werkgeverspensioen vanaf. Het verschil is wat je zelf moet opbouwen.

Laten we dit stap voor stap bekijken met een voorbeeld. Stel je wilt tweeduizend euro netto per maand aan pensioen. Dat is vierentwintigduizend euro per jaar. Als je op je zevenenzestigste met pensioen gaat en uitgaat van twintig jaar pensioen, heb je in totaal bijna vijfhonderdduizend euro nodig.

Maar dat hele bedrag hoef je niet zelf op te bouwen. Je AOW dekt een deel, en als je in loondienst werkt of hebt gewerkt, heb je mogelijk werkgeverspensioen opgebouwd. Het verschil tussen wat je nodig hebt en wat je krijgt, moet uit je eigen pensioenpot komen.

Houd bij je berekening ook rekening met:

  • Inflatie: je geld wordt minder waard over tijd
  • Rendement: je pensioenpot kan groeien door beleggingen
  • Levensverwachting: mensen worden steeds ouder
  • Onzekerheden: de AOW-leeftijd kan veranderen

Een exacte berekening is lastig omdat je de toekomst niet kent. Maar een ruwe schatting geeft je wel een doel om naartoe te werken. En hoe eerder je begint met rekenen, hoe meer tijd je hebt om bij te sturen.

Wat is het verschil tussen AOW, werkgeverspensioen en derde pijler?

Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit drie pijlers: de AOW als basisinkomen van de overheid, het werkgeverspensioen dat je via je werk opbouwt, en de derde pijler waarmee je zelf extra spaart. Samen vormen deze drie pijlers je totale pensioeninkomen, maar niet iedereen bouwt in alle pijlers evenveel op.

De eerste pijler: AOW

De Algemene Ouderdomswet (AOW) is het staatspensioen dat iedere Nederlander krijgt vanaf de AOW-leeftijd. De hoogte hangt af van hoeveel jaren je in Nederland hebt gewoond of gewerkt. Voor elk jaar dat je tussen je zeventiende en je AOW-leeftijd in Nederland woonde, bouw je twee procent op. De AOW is een basisinkomen, geen vetpot. Voor alleenstaanden ligt het bedrag rond het minimumloon.

De tweede pijler: werkgeverspensioen

Als je in loondienst werkt, bouw je vaak pensioen op via je werkgever. Je werkgever betaalt een deel van de premie, jij ook. Dit pensioen vult je AOW aan. Maar let op: niet elke werkgever biedt pensioen aan, en de regelingen verschillen enorm. Bovendien bouw je alleen op in de jaren dat je in loondienst bent.

De derde pijler: zelf regelen

De derde pijler is pensioen dat je zelf opbouwt, los van je werkgever. Dit is extra belangrijk als je zzp’er bent, DGA, of als je werkgever geen pensioenregeling heeft. Ook als je een pensioengat hebt door bijvoorbeeld parttime werken of carrièreswitches, kun je dit in de derde pijler aanvullen. Je krijgt fiscaal voordeel omdat je inleg aftrekbaar is van je belastbaar inkomen.

Wanneer begin je te laat met pensioen opbouwen?

Je begint te laat met pensioen opbouwen wanneer je niet meer genoeg tijd hebt om het verschil tussen je gewenste pensioen en je verwachte uitkeringen te overbruggen. Hoe later je start, hoe meer je maandelijks moet inleggen om hetzelfde eindresultaat te bereiken. Maar “te laat” is relatief: beginnen is beter dan niets doen, ongeacht je leeftijd.

Het effect van tijd op je pensioenpot is enorm. Dit komt door het rente-op-rente-effect: je rendement levert weer rendement op. Wie op zijn vijfentwintigste begint met inleggen, hoeft maandelijks veel minder opzij te zetten dan iemand die op zijn vijfenveertigste begint voor hetzelfde eindresultaat.

Een simpele vuistregel: hoe langer je wacht, hoe meer je moet compenseren met hogere maandelijkse inleg. Stel je wilt op je zevenenzestigste een bepaald bedrag hebben opgebouwd. Begin je op je dertigste, dan heb je zevenendertig jaar. Begin je op je vijftigste, dan heb je nog maar zeventien jaar. In dat laatste geval moet je dus meer dan het dubbele per maand inleggen.

Maar laat je niet ontmoedigen als je later begint. Elke euro die je inlegt, is er één. En ook met een kortere horizon kun je een verschil maken voor je toekomst. Belangrijker dan de perfecte timing is dat je überhaupt begint.

Hoe bouw je als zzp’er of DGA zelf een redelijk pensioen op?

Als zzp’er of DGA bouw je zelf een redelijk pensioen op door gebruik te maken van de fiscale voordelen in de derde pijler, structureel in te leggen en te kiezen voor een beleggingsstrategie die past bij je horizon. Zonder werkgever die het voor je regelt, ligt de verantwoordelijkheid volledig bij jou, maar dat geeft ook vrijheid en flexibiliteit.

De eerste stap is inzicht krijgen in je situatie. Hoeveel AOW kun je verwachten? Heb je nog ergens werkgeverspensioen staan uit eerdere banen? En hoeveel heb je nodig om comfortabel te leven na je pensioen? Met die antwoorden kun je bepalen hoeveel je zelf moet aanvullen.

Vervolgens kies je een manier om te sparen of beleggen. Bij pensioenopbouw in de derde pijler profiteer je van belastingvoordeel: je inleg is aftrekbaar van je inkomen in box 1. Dat scheelt direct in je belastingaanslag. Je betaalt pas belasting wanneer je het pensioen later uitkeert, vaak tegen een lager tarief.

Praktische tips voor zzp’ers en DGA’s:

  • Maak pensioensparen een vast onderdeel van je bedrijfsvoering
  • Leg liever maandelijks een kleiner bedrag in dan jaarlijks een groot bedrag
  • Benut je jaarruimte en reserveringsruimte voor maximaal fiscaal voordeel
  • Kies een beleggingsprofiel dat past bij hoeveel jaren je nog hebt tot pensioen
  • Houd je pensioenopbouw gescheiden van je bedrijfskapitaal

De sleutel is consistentie. Liever elke maand een bescheiden bedrag dan af en toe een grote som wanneer het uitkomt. Zo maak je van pensioenopbouw een gewoonte in plaats van een bijzaak.

Hoe BrightPensioen je helpt bij pensioen opbouwen

BrightPensioen maakt pensioen opbouwen in de derde pijler eenvoudig en voordelig voor zzp’ers, DGA’s en iedereen die zelf de regie wil. Als coöperatie en B Corp-gecertificeerde onderneming staan jouw belangen centraal, niet winstmaximalisatie.

Wat BrightPensioen biedt:

  • Een slim lidmaatschap met een vast bedrag per jaar in plaats van een percentage van je pensioenpot
  • Duurzaam beleggen in groene ETF’s en green bonds vanaf dag één
  • Twee rekeningen in één lidmaatschap: een pensioenrekening met belastingvoordeel én een flexibele beleggingsrekening
  • Volledige transparantie over kosten en beleggingsbeleid
  • Persoonlijk contact met echte mensen, geen chatbots
  • Toezicht door AFM en DNB

Als lid ben je meteen mede-eigenaar van de coöperatie. Jij bepaalt hoeveel je inlegt en kunt kosteloos geld verschuiven tussen je rekeningen. Zo blijf je maximaal flexibel én profiteer je optimaal van fiscale voordelen.

Wil je ontdekken welke aanpak bij jou past? Maak een belafspraak of neem direct contact op en je krijgt een echt mens aan de telefoon.

Dit artikel bevat algemene informatie en is geen individueel financieel of fiscaal advies.