20 juli 2020

Wat gebeurt er met je pensioen als je komt te overlijden?

Wat er gebeurt met jouw pensioen bij overlijden, verschilt per pensioenregeling. En binnen welke pijler van ons pensioenstelsel je pensioen opbouwt.

Werkgeverspensioen (tweede pijler)

Dit is helemaal afhankelijk van de pensioenregeling. Als je bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling (PPI) pensioen opbouwt, moet er een verzekering zijn afgesloten voor partnerpensioen/wezenpensioen. Als deze is afgesloten, krijgt de partner meestal een uitkering van 70% van de originele uitkering. Eventuele wezen (jonger dan 21 jaar) krijgen in dit geval ook een (beperkte) uitkering.

Als er geen verzekering is afgesloten, maar ook als je van werkgever wisselt of je baan verliest, kan het recht op nabestaandenpensioen vervallen. In sommige regelingen stopt de uitkering als de achtergebleven partner opnieuw gaat trouwen. In dit geval komt het vermogen bij overlijden toe aan de verzekeraar. Dit wordt ook wel sterftewinst genoemd.

Bij een pensioenfonds is er meestal sprake van een partnerpensioen. Maar, niet altijd. Bij het pensioenfonds horeca is er bijvoorbeeld geen nabestaandenpensioen.

Kortom: check samen met je partner jullie pensioenregelingen!

Bij BrightPensioen

Bij BrightPensioen (derde pijler) is het simpel. Het bedrag dat je voor het overlijden hebt opgebouwd, komt toe aan jouw wettelijke erfgenamen. Dit geldt meestal ook voor andere aanbieders in de derde pijler. Check dit voor de zekerheid bij je aanbieder, als je bij een andere partij dan BrightPensioen zit.

  • Bij overlijden in de opbouwfase (dus voordat je met de pensioenuitkering begonnen bent) komt de tot dat moment opgebouwde waarde toe aan je erfgenamen.
  • Bij overlijden in de uitkeringsfase (dus als je aan de uitkering van je pensioen begonnen bent) is het afhankelijk wat voor uitkering te gekozen hebt. Heb je een uitkering met een vaste looptijd (bijvoorbeeld 20 jaar) gekozen, en kom je voor de einddatum te overlijden, komt de resterende waarde toe aan je erfgenamen. Heb je een levenslange uitkering (bij een verzekeraar) gekozen  dan is er geen sprake van een resterend bedrag voor je erfgenamen. Je hebt het risico dat je heel oud wordt immers bij een verzekeraar onder gebracht.

Wie zijn je erfgenamen?

Wie die erfgenamen zijn, is afhankelijk van je persoonlijke situatie en of je een testament hebt. Heb je geen testament? Dan komt je opgebouwde pensioen toe aan je wettelijke erfgenamen.

  • Als eerste je echtgenoot of geregistreerd partner en de kinderen of de kleinkinderen.
  • Daarna ouders, broers en zussen of hun kinderen.
  • Daarna grootouders of hun kinderen (ooms, tantes, neven en nichten).
  • Als je deze ook niet hebt, dan je overgrootouders of hun kinderen (oudooms, oudtantes, achterneven en -nichten).
  • Mocht je ook in deze laatste groep geen erfgenamen hebben, dan vervalt je opgebouwde pensioen aan de Nederlandse Staat.

Wil je zelf bepalen wie jouw erfgenamen zijn? Dan moet je dit in een testament laten vastleggen. Voor meer informatie over dit onderwerp kun je kijken op erfwijzer.nl.

Wat te doen bij overlijden?

We hopen dat dit nog heel lang niet nodig is… Maar in het geval van overlijden, moet één van de erfgenamen of de executeur contact opnemen met BrightPensioen. Als ondersteunende documenten heeft BrightPensioen de overlijdensakte en een verklaring van erfrecht nodig. Uit dit laatste document blijkt wie de erfgenamen zijn en of zij de erfenis aanvaard hebben.

Nabestaandenuitkering

De erfgenamen kiezen vervolgens een aanbieder die een nabestaandenlijfrente kan uitkeren. De uitkeringsperiode is – afhankelijk van je leeftijd – minimaal vijf jaar. Voor meer informatie over de uitkeringsduur en regels en het selecteren van een aanbieder, zie 123lijfrente.nl.

Vervolgens zal BrightPensioen een waardeoverdracht in gang zetten zetten naar de gekozen aanbieder voor de nabestaandenlijfrente. Die aanbieder keert vervolgens uit aan de nabestaanden.

Bij een lijfrentekapitaal van minder dan € 4.475 (2020) valt te overwegen de lijfrente af te kopen. Omdat er sprake is van een kleine lijfrente is er geen revisierente verschuldigd.