Ophef over box 3: plannen alweer terug naar de tekentafel
Het houdt iedere belegger bezig: wat gaat er gebeuren met mijn vermogen in box 3? Hoewel de Tweede Kamer onlangs instemde met een nieuw stelsel, is er nieuwe onzekerheid ontstaan. Minister Heinen (Financiën) heeft op 25 februari 2026 aangekondigd het wetsvoorstel alsnog aan te passen.
Geen fictief rendement meer
Laten we het jargon de deur uit doen. Tot nu toe rekent de Belastingdienst met een ‘forfaitair rendement’. Dit is een fictief rendement dat de Belastingdienst jaarlijks vaststelt op basis van gemiddelden. Voor 2025 was dat 5,88%, voor 2026 is het precies 6,0%.
Hoe het nu werkt (tot 2028): De Belastingdienst kijkt naar je totale vermogen: je spaargeld én je beleggingen. Blijft dit onder de drempel van € 57.000? Dan betaal je geen belasting. Heb je meer? Dan betaal je over het deel boven die grens.
Het nieuwe voorstel: van ‘pot’ naar ‘winst’ In het nieuwe voorstel kijkt de fiscus niet meer naar de omvang van je vermogen, maar naar de werkelijke winst die je in een jaar maakt. De drempel verschuift waarschijnlijk naar een bedrag aan winst (in het recente voorstel was dit € 1.800 rendement). Maak je meer? Dan betaal je over de rest belasting. Het tarief wordt waarschijnlijk zo’n 36%.
De Vermogensaanwasbelasting
Hier is de meeste ophef over. In het voorstel betaal je belasting over winst die alleen nog op papier bestaat. Stel: je aandelen worden dit jaar meer waard, maar je verkoopt ze niet. In het nieuwe stelsel moet je over die nog-niet-gecashte winst toch al belasting betalen.
Dat vinden de mensen vervelend: zo lang je je beleggingen niet verkoopt heb je die winst nog niet gerealiseerd. Economisch gezien zijn er wel argumenten voor. Het voorkomt dat beleggers verkoop blijven uitstellen om belasting te vermijden (het ‘lock-in effect’). Bovendien is het de bedoeling dat iedereen naar verhouding bijdraagt op basis van wat er écht aan waarde binnenkomt.
Toch ziet de minister nu verbeterpunten. Hij noemt het ontbreken van een goede regeling om verliezen uit eerdere jaren te verrekenen een ‘omissie’ (lees: fout). De wet gaat daarom terug naar de tekentafel voor aanpassingen.
De slimme oplossing: gebruik Box 1 in combinatie met Box 3
Terwijl de politiek stoeit met box 3, biedt box 1 (je pensioenrekening) een soelaas. Bij je Bright lidmaatschap krijg je standaard twee rekeningen. Leg je geld in? Dan beleggen wij dat voor je standaard via een lifecycle, zodat het risico is afgestemd op jouw leeftijd. Maar als je wilt kun je hiervan afwijken
- De beleggingsrekening (Box 3): Jouw flexibele pot. Je kunt er altijd bij. Handig voor een buffer, maar wel onderhevig aan de veranderende box 3-regels. Maar als je het slim speelt kun je zorgen dat je steeds onder de Box 3 grens van € 57.000 blijft. Alles daarboven kun je ‘afromen’ en kosteloos tot en met 31 december naar je Box1 rekening verschuiven.
- De pensioenrekening (Box 1): Hier beleg je geld dat voor je pensioen. Grote voordeel: Je betaalt geen jaarlijkse vermogensrendementsheffing over je winst.Sterker nog: je dat deze inleg ook nog eens aftrekken van je inkomstenbelasting! Je betaalt pas belasting tegen de tijd dat je met pensioen gaat, en dat is in de regel minder.
Goed om te weten (vóór 31 december)
Heb je geld in box 3 dat je echt kunt missen tot je pensioen? Dan kan het fiscaal aantrekkelijk zijn om dit over te boeken naar je pensioenrekening in box 1.
Check wel even dit:
- Kun je het missen? Je geld staat vast tot je pensioen. Nouja, vast: hierbij een kanttekening. In tegenstelling tot het pensioen van je werkgever, kun je deze pensioenpot ‘afkopen’. Dus eerder opnemen in geval van nood. Dan moet je alsnog (maximaal) 20% revisierente betalen (omdat je geen vermogensrendementsheffing hebt betaald), maar het kan wel. En als de reden om het eerder op te nemen arbeidsongeschiktheid is, dan hoef je zelfs die revisierente niet te betalen!
- Check je jaarruimte. Je mag niet onbeperkt inleggen. Alleen binnen je ‘jaarruimte‘ is de inleg aftrekbaar.
Let op: beleggen levert kans op rendement op, maar brengt ook risico’s met zich mee. Je kunt een deel van je inleg verliezen.