Drie soorten lijfrente

Wat is lijfrente?

Lijfrente is individueel aanvullend pensioen, ook wel derde pijler pensioen genoemd. We onderscheiden een opbouwfase, gedurende welke er vermogen wordt opgebouwd, en een uitkeringsfase gedurende welke het vermogen wordt uitgekeerd.

Opbouwfase

In de opbouwfase bouw je vermogen op door middel van een periodieke of eenmalige inleg. Je kunt lijfrente opbouwen bij een bank, verzekeraar of beleggingsinstelling. Met dit opgebouwde bedrag laat je op een later moment een inkomen uitkeren. Dit kan een tijdelijke of levenslange uitkering zijn. Dit is jouw aanvullende pensioen. Je bepaalt zelf hoeveel en hoe vaak je inlegt.

Uitkeringsfase

In de uitkeringsfase kies je een bank, verzekeraar of beleggingsinstelling die je het bedrag wilt laten uitkeren. De uitkeringsfase gaat in op het moment dat jij met je lijfrenteaanbieder hebt afgesproken. Je kunt kiezen tussen een tijdelijke uitkering of een levenslange (alleen bij verzekeraar) uitkering. De tijdelijke uitkering keert minimaal 5 jaar lang uit. De regels voor de uiterlijke ingangsdatum en de duur van je uitkering verschillen per type lijfrente.

Welke soorten lijfrente bestaan er?

Er bestaan drie soorten lijfrente. Een spaarlijfrente, een beleggingslijfrente en een verzekerde lijfrente. De spaarlijfrente en de beleggingslijfrente worden ook wel bancaire lijfrentes genoemd. De bancaire lijfrentes bestaan sinds 2008 en vallen onder de wet Banksparen. Sindsdien is de verzekerde lijfrente uit de gratie geraakt. Dit waren veelal woekerpolissen en recent toonde Moneyview nog aan dat bancaire lijfrentes altijd meer opleveren dan verzekerde lijfrentes.

Bij de bancaire lijfrentes kan de uitkeringsfase ingaan op elk gewenst moment, maar uiterlijk 5 jaar na de voor jouw geldende AOW leeftijd. Als je de uitkering na de AOW leeftijd laat ingaan moet deze minimaal 5 jaar duren. Laat je hem voor die leeftijd ingaan, dan moet de uitkering tot minimaal 20 jaar na de voor jouw geldende AOW leeftijd duren.
Voorbeeld: Wil je op 60 jarige leeftijd beginnen met uitkeren en jouw AOW leeftijd is 67 jaar, dan komen er 7 uitkeringsjaren bij. De uitkeringsperiode dient dan minimaal 27 jaar te zijn.

Spaarlijfrente

Bij spaarlijfrente zet je geld weg op een geblokkeerde spaarrekening bij een bank. Dit wordt ook wel banksparen of bankspaarrekening of lijfrentespaarrekening genoemd. Afhankelijk van de aanbieder kun je kiezen tussen een vaste of een variabele rente.

Voordelen

  • Een spaarlijfrente is een eenvoudig en begrijpelijk product. Je zet geld weg op een spaarrekening en aan het eind van de rit ontvang je het totaal gespaarde bedrag plus de rente.
  • Je weet hoeveel rente je ontvangt.
  • De kosten voor banksparen zijn over het algemeen laag. Je betaalt eenmalig een bedrag voor het openen van de rekening en bij eventuele voortijdige opname van het gespaarde bedrag.

Nadelen

  • Het rendement van banksparen is erg laag. Momenteel (2015) kun je maximaal rond de 2% rente verwachten. Het rendement op sparen is meestal niet veel hoger dan inflatie. En voor pensioen moet je meer rendement maken dan inflatie.
  • Je loopt inflatierisico. Als de inflatie hoger is dan de rente op je bankspaarrekening, gaat je koopkracht achteruit.
  • Tot € 100.000 gedekt door depositogarantiestelsel. Mocht je een hoger bedrag willen (bank)sparen, zorg dan dat je dit bij verschillende banken doet.

Beleggingslijfrente

Bij een beleggingslijfrente leg je geld in bij een beleggingsinstelling. Een beleggingslijfrente valt ook onder banksparen (terwijl er niet gespaard maar belegd wordt. BrightPensioen is zo’n beleggingsinstelling. Bij BrightPensioen beleggen we het vermogen in een LifeCycle Fonds. Hierin beleggen we zeer breed gespreid. In de laatste tien jaar voor pensioendatum bouwen we het risico af.

Voordelen

  • Een beleggingslijfrente is net als een spaarlijfrente, een begrijpelijk product. Je stort geld op een beleggingsrekening en de aanbieder belegt jouw geld voor je.
  • Bij de meeste aanbieders – ook bij BrightPensioen – kun je online inzien wat het rendement van je rekening is en wat de koersontwikkeling van het fonds is.
  • Historisch gezien is het rendement van beleggen hoger dan bij sparen.

Nadelen

  • Doordat je geld wordt belegd, heb je te maken met een beleggingsrisico. De opbrengst kan hoger of lager uitvallen. Let daarom goed op volgens welk risicoprofiel er belegd wordt, hoe de risico’s gespreid worden en of het risico wordt afgebouwd richting pensioendatum.

Verzekerde lijfrente

Een verzekerde lijfrente is een levensverzekering waarvoor je premie betaalt aan een verzekeringsmaatschappij. Net als bij beleggingslijfrente wordt je geld belegd. Je verzekert het bedrag voor een gegarandeerde uitkering. Dit wordt ook wel lijfrenteverzekering of lijfrentepolis genoemd. De afgelopen decennia waren veel verzekerde lijfrentes woekerpolissen.

Voordelen

  • De uitkering is gegarandeerd. Je loopt zelf geen of minder beleggingsrisico, omdat je hiervoor een verzekering afsluit. Je weet daardoor hoeveel geld je minimaal kunt verwachten aan het einde van de looptijd.
  • Bij de overgang van opbouw- naar uitkeringsfase hoeft er geen waardeoverdracht naar een andere partij plaats te vinden.

Nadelen

  • Complex en ondoorzichtig. Er zijn verschillende varianten lijfrenteverzekeringen waarbij je aanvullend andere verzekeringen kunt aankopen. Voor veel mensen is niet duidelijk welke verzekeringen er bij hun polis zitten en of deze nodig of gewenst zijn.
  • Kosten: Het is niet altijd duidelijk hoeveel er daadwerkelijk wordt ingelegd en welke kosten hier precies aan zijn verbonden. Daarnaast betaal je ook verzekeringspremie(s) voor bijvoorbeeld een nabestaandenvoorziening bij overlijden of inkomen bij arbeidsongeschiktheid.
  • Duur. De premies voor de gekoppelde verzekeringen maken deze producten duur.
  • Ze leveren minder op dan bancaire lijfrentes (bron: Moneyview)
  • Bij faillissement van de verzekeraar bestaat de kans dat je jouw aanvullende pensioen (volledig of deels) verliest.  

Oud en nieuw regime

Wellicht heb je weleens van de termen oud en nieuw regime lijfrente gehoord. Dit heeft te maken met veranderde fiscale regels. Wie nu een lijfrente afsluit, valt altijd onder het nieuwe regime. En als je een bestaande lijfrente oversluit valt deze automatisch onder het nieuwe regime. Wil je meer weten over de verschillen tussen deze regimes? We hebben ze hier voor je op een rij gezet.

Verschillen oud en nieuw regime lijfrente

Begin vandaag met je pensioen Gratis lid tot € 3.000