1 maart 2021

Alle aftrekposten voor zzp’ers op een rijtje

De aangifte inkomstenbelasting staat weer voor de deur. Natuurlijk wil je niet te veel belasting betalen. Daarom hebben wij de aftrekposten die jij als zelfstandig ondernemer bovenop jouw reguliere aftrekposten op mag geven, bij de belastingaangifte, voor je op een rijtje gezet.

Twijfel je of je ondernemer bent voor de inkomstenbelasting (IB-ondernemer, dit is nodig om gebruik te kunnen maken van de aftrekposten), doe de OndernemersCheck op de website van de Belastingdienst.

1. Zelfstandigenaftrek

Als zelfstandige ondernemer heb je recht op zelfstandigenaftrek. Deze bedraagt € 7.030 in 2020 en € 6.670 in 2021. Je moet dan wel aan het urencriterium van de Belastingdienst voldoen. In 2020 is het belastingvoordeel van de zelfstandigenaftrek beperkt. Het maximale tarief voor aftrek is 46%.

Goed om te weten: vergeet niet dat je het bedrag alleen van de winst af mag trekken. Als het bedrag dat je maximaal af mag trekken hoger is dan de winst uit de onderneming, dan kun je de niet-gebruikte zelfstandigenaftrek verrekenen in de volgende negen jaar. De winst moet in dit geval wel hoger zijn dan de maximale zelfstandigenaftrek.

Heb je aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd bereikt? Dan mag je nog maar 50% van de zelfstandigenaftrek gebruiken.

2. Startersaftrek

De zelfstandigenaftrek kan worden verhoogd met een startersaftrek. Starters mogen tijdens de eerste vijf jaar van het bestaan van de onderneming maximaal drie keer gebruikmaken van de startersaftrek. Deze bedraagt €2.123 (zowel in 2020 als 2021). Je komt hiervoor in aanmerking als je:

  1. recht hebt op zelfstandigenaftrek;
  2. de zelfstandigenaftrek in de afgelopen vijf jaar maximaal twee keer hebt gebruikt;
  3. in de afgelopen vijf jaar minimaal een jaar géén ondernemer voor de inkomstenbelasting was;
  4. in het kalenderjaar of in één van de vijf voorafgaande jaren geen sprake was van een zogenoemde geruisloze terugkeer uit een bv.

Goed om te weten: wanneer de startersaftrek en de zelfstandigenaftrek samen hoger zijn dan je winst, dan mag je dit verrekenen met andere inkomsten uit winst en woning. Mocht je geen andere inkomsten hebben, dan mag je dit verrekenen in een ander belastingjaar.

Heb je aan het begin van het kalenderjaar de AOW-leeftijd bereikt? Dan mag je nog maar 50% van de startersaftrek gebruiken.

3. Meewerkaftrek

Werkt je fiscale partner 525 uur of meer in jouw bedrijf, zonder hier een vergoeding voor te krijgen (of minder dan € 5.000)? Dan kun je gebruikmaken van de meewerkaftrek. Je moet wel voldoen aan het urencriterium en ondernemer zijn. De meegewerkte uren moeten daarnaast aantoonbaar zijn, dus registreer deze.

Tabel meewerkaftrek (bron: Belastingdienst)

Tabel meewerkaftrek voor website BrightPensioen (bron Belastingdienst)

4. Zakelijke kosten

Zakelijke kosten zijn aftrekbaar, omdat ze jouw winst verlagen. De btw mag je niet aftrekken: deze kun je aftrekken bij de omzetbelasting. Je bent als ondernemer vrij om te bepalen welke kosten je voor de onderneming maakt en hoeveel. Je kan hierbij denken aan: inschrijving bij de Kamer van Koophandel (KvK), zakelijke telefoongesprekken, zakelijke reiskosten (zowel auto als OV), huur van bedrijfsruimte, inrichting van een kantoor of werkplaats, onderhoudskosten, zakelijke rekening, verzekeringen, vakliteratuur, seminars, congressen, briefpapier en werkkleding.

Zakelijke kosten kan je aftrekken van jouw opbrengsten. Mocht je vergoedingen hebben ontvangen voor deze kosten, dan moet je deze bij de opbrengsten tellen. Wanneer kosten zowel een zakelijk als een persoonlijk karakter hebben (gemengde kosten) is alleen het zakelijke deel aftrekbaar.

Goed om te weten: duurzame uitgaven lager dan € 450 exclusief btw, mag je in één keer aftrekken. Duurdere zaken moet je spreiden over meerdere jaren. Je houdt in deze gevallen rekening met de jaarlijkse afschrijving. De kosten die gemaakt zijn bij de oprichting van je bedrijf kun je ook aftrekken. Het is dus slim om de facturen van bijvoorbeeld marktonderzoek of een laptop te bewaren.

5. Fiscale oudedagsreserve (FOR)

Als zzp’er (of beter gezegd: IB-ondernemer) mag je 9,44% van je winst reserveren voor je oudedag. Dit heet de (fiscale) oudedagsreserve (FOR). Deze is gemaximeerd tot € 9.218 in 2020 en € 9.395 in 2021. Over dit bedrag betaal je geen inkomstenbelasting. Als je de FOR opneemt, betaal je deze belasting alsnog. Het is dus uitstel van belasting. Het idee is dat je de FOR op enig moment, maar vóór je AOW-leeftijd, afstort als lijfrente. Dit kan bijvoorbeeld bij BrightPensioen. Als je deze lijfrente vanaf pensioendatum laat uitkeren, betaal je vanaf dat moment inkomstenbelasting over deze uitkeringen. Dit is aantrekkelijk, omdat je na het bereiken van de AOW-leeftijd normaal gesproken minder inkomstenbelasting betaalt dan daarvoor. Meer over de FOR en hoe je hier slim mee om kunt gaan, lees je op onze pagina over de oudedagsreserve.

6. Jaar- en reserveringsruimte

Een deel van je inkomen mag je fiscaal vriendelijk opzijzetten voor je pensioen. Dat deel heet (fiscale) jaarruimte. Je benut je jaarruimte door geld te storten op een lijfrente- of bankspaarrekening. De besteedde jaarruimte trek je af van je inkomen bij de aangifte inkomstenbelasting.

Hoeveel jaarruimte je dit jaar hebt, wordt bepaald door wat je vorig jaar hebt verdiend. Met onze jaarruimte tool bereken je simpel zelf hoeveel belastingvoordeel dit jou kan opleveren.

Goed om te weten: niet benutte jaarruimtes uit de zeven voorgaande jaren mag je inhalen. Dit heet de reserveringsruimte. Je mag de reserveringsruimte bovenop jouw jaarruimte van dit jaar storten. Het berekenen van de reserveringsruimte doe je (ook) met bovenstaande tool.

Leg je jouw jaar- en reserveringsruimte in bij BrightPensioen? In deze blog lees je stap voor stap hoe je dit invult bij de belastingaangifte.

7. Investeringsaftrek

Als je in het afgelopen jaar geïnvesteerd hebt in je onderneming, dan mag je deze kosten tijdens de belastingaangiften gedeeltelijk aftrekken van je winst uit de onderneming. Hier bestaan meerdere soorten van:

Energie-investeringsaftrek (EIA)
Als zelfstandig ondernemer krijg je voordeel wanneer je investeert in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie. Naast de afschrijving mag je van deze investeringen 45% in 2020 en 45,5% in 2021 aftrekken van de winst. Om hiervoor in aanmerking te komen moet het bedrag aan de energie-investeringen minimaal € 2.500 per bedrijfsmiddel bedragen.

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)
De KIA waarop je in een jaar recht hebt, trek je in de aangifte inkomstenbelasting over dat jaar af van de winst. Voor woonhuizen, grond en personenauto’s kan je geen KIA krijgen, met uitzondering van personenauto’s die bestemd zijn voor beroepsvervoer (e.g. taxi’s en personenauto’s voor koeriersdiensten). Om hiervoor in aanmerking te komen, moet het bedrag aan de kleinschaligheidsinvestering minimaal €2.401 per bedrijfsmiddel bedragen. Investeringen van minder dan € 450 mag je niet meetellen.

Milieu-investeringsaftrek (MIA)
Dit is een subsidie op milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen voor ondernemers. Je kan tot 36% van het investeringsbedrag in mindering brengen op de fiscale winst. Dit percentage is afhankelijk van de milieueffecten en de gangbaarheid van het bedrijfsmiddel. Je komt hiervoor in aanmerking als het bedrag aan de milieu-investeringen minimaal € 2.500 per bedrijfsmiddel bedraagt en het bedrijfsmiddel op de milieulijst staat.

9. Mkb-winstvrijstelling

Als zelfstandige ondernemer heb je ook recht op de mkb-winstvrijstelling. Hiervoor hoef je niet aan het urencriterium te voldoen. De mkb-winstvrijstelling bedraagt 14% van de winst (zowel in 2020 als 2021), maar wel na ondernemersaftrek (zelfstandigenaftrek, tartersaftrek, startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, meewerkaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, stakingsaftrek) en de toevoeging van de oudedagsreserve (FOR).