Vragen over Pensioen

Terug naar alle vragen DGA Werkgever Werknemer Zzp'er

  • Wat zijn de opbouwfase en de uitkeringsfase van een lijfrente?

    Bij lijfrente is er een opbouwfase, waarin er vermogen wordt opgebouwd, en een uitkeringsfase, waarin het vermogen wordt uitgekeerd.

    In de opbouwfase bouw je vermogen op door periodiek of eenmalige een bedrag in te leggen. Jij bepaalt zelf hoeveel en hoe vaak je inlegt. Wel met je jaarruimte in gedachten natuurlijk. Dit kan bij een bank, een verzekeraar, een vermogensbeheerder of een beleggingsinstelling (zoals BrightPensioen). Met dit opgebouwde bedrag laat je op een later moment – tijdens de uitkeringsfase – een inkomen uitkeren. Dit kan een tijdelijke of levenslange uitkering zijn.

    Voor de uitkeringsfase kies je een bank, verzekeraar of beleggingsinstelling om het bedrag te laten uitkeren. Je kunt kiezen voor een tijdelijke uitkering of een levenslange uitkering. Levenslang kan alleen bij een verzekeraar. De tijdelijke uitkering keert minimaal vijf jaar uit. De regels voor de uiterlijke ingangsdatum en duur van je uitkering verschilt per keuze.

  • Wat is het verschil tussen een pensioenrekening en beleggingsrekening?

    Een pensioenrekening is bedoeld voor je pensioen. Dit noemen we ook wel een lijfrenterekening. Het geld op deze rekening staat vast. Als je met pensioen gaat, laat je die pot geld uitkeren.

    De inleg op deze rekening is fiscaal voordelig. Dit houdt in: je mag de inleg aftrekken van de belasting (zolang het binnen jouw jaarruimte valt). Je betaalt dus minder belasting of krijgt belasting terug. Ook hoef je geen vermogensrendementsheffing te betalen over dit potje.

    De pensioenrekening valt onder box 1.

    Een beleggingsrekening is bedoeld om een potje op te bouwen, zonder je geld vast te zetten. Bijvoorbeeld voor een tussenpensioen. Flexibel dus, maar de keerzijde is dat je hier geen belastingvoordeel over ontvangt (met uitzondering van de FOR). En je betaalt vermogensrendementsheffing over je geld.

    De beleggingsrekening valt onder box 3.

  • Hoe werkt de pensioen- of vermogensindicator?

    De pensioen- of vermogensindicator geeft een indicatie van hoeveel geld je opzij moet leggen voor welk (pensioen)vermogen.

    Zo zijn de berekeningen tot stand gekomen:

    Het gekozen / getoonde rendement is een bruto rendement. Dat houdt in dat de jaarlijkse variabele beleggingskosten verderop in de berekeningen verrekend worden met dit rendement. Deze kosten bestaan uit de transactiekosten en de jaarlijkse fondskosten. Voor de jaarlijkse fondskosten rekenen we met het daadwerkelijke percentage van 0,21%.

    NB: de vaste vergoeding voor het lidmaatschap wordt apart in rekening gebracht en is niet meegenomen in de berekeningen van de indicator. De vaste vergoeding gaat niet ten laste van je (pensioen)vermogen en is ook niet fiscaal aftrekbaar.

    Bij de berekeningen in de indicatie gaan we als volgt te werk:

    1. We berekenen eerst hoeveel jaar je nog zult opbouwen (je gewenste pensioen- of eindleeftijd minus je huidige leeftijd, afgerond naar beneden).

    2. Daarna rekenen we per jaar uit wat de waarde aan het eind van het jaar bedraagt van je eenmalige inleg plus het saldo aan het begin van het jaar (na aftrek van de instapvergoeding) vermeerderd met je maandelijkse inleg in dat jaar (na aftrek instapvergoeding) waarbij de maandelijkse inleg nog een deel van het jaar mee-rendeert.

    We begrijpen het als het onderstaande niet zo helder voor je is, maar in formulevorm ziet dat er zo uit:
     Image

    3. Uiteindelijk komen we op het laatste jaar uit waarin (pensioen)vermogen wordt opgebouwd. Om tot de indicatie van het opgebouwde vermogen te komen, halen we er de uitstapvergoeding van de eindwaarde van het laatste jaar af.

    • Indicatie opgebouwd vermogen (voor afronding) = ( Wgewenste eindleefijd x ( 1 – Kuitstap )).

    Dit bedrag ronden we bewust af naar het dichtstbijzijnde 500-tal. Het gaat per slot van rekening om een indicatie. Een niet afgerond bedrag geeft immers de suggestie van een exacte voorspelling.

    Alleen van toepassing op de pensioenindicator:

    4. Vervolgens gebruiken we dit bedrag om een indicatieve bruto maanduitkering te berekenen.

    • Indicatie bruto uitkering per maand (voor afronding) = ( Indicatie Opgebouwd Pensioenvermogen x Puitkering ) / 12

    Dit bedrag ronden we vervolgens af naar het dichtstbijzijnde 10-tal. Dit is de indicatie bruto maanduitkering die we tonen.

    5. Om tot de koopkracht te komen hanteren we de prijsindex o.b.v. de EU inflatie voorspelling van 2% per jaar (huidige jaar = 100) op de gewenste pensioenleeftijd. Deze gebruiken we vervolgens voor een inflatiecorrectie op de indicatie bruto maanduitkering welke we als koopkracht tonen. Deze koopkracht wordt ook afgerond op het dichtstbijzijnde 10-tal.

    Aantrekkelijk of niet?

    De melding dat BrightPensioen ook minder aantrekkelijk kan zijn verschijnt in de volgende situatie. We berekenen hoeveel je zou hebben opgebouwd bij een fictieve aanbieder die 1,25% per jaar over het beheerd vermogen rekent en 0,5% in- en uitstapkosten per storting. Dit is een percentage dat bij een dergelijk (duurzaam) fonds niet ongebruikelijk is.

    Zodra het verschil in opgebouwd vermogen bij BrightPensioen en het opgebouwd vermogen bij deze fictieve aanbieder groter is dan totale som aan lidmaatschapskosten die je bij BrightPensioen over die periode kwijt bent, verschijnt deze melding.

    Let op: hierbij wordt geen rekening gehouden met fiscaliteit, omdat deze voor iedere klant anders is in zowel opbouw- als de uitkeringsfase. Het niet verschijnen van een melding betekent niet dat we de goedkoopste zijn. Er zijn meerdere factoren die meewegen bij het selecteren van een geschikte oplossing. Vergelijk daarom altijd meerdere aanbieders.

    Toelichting formules. In de bovengenoemde formules is met onderstaande variabelen gewerkt:

    • Wjrx = Waarde jaar x
    • Ieenmalig = eenmalige inleg
    • Ii = inleg in maand i
    • Klopend = lopende fondskosten (0,21%), dit is onze kostprijs van de huidige portefeuille.

    De verwachting is dat deze de komende jaren verder naar beneden zal gaan. Indien er in een jaar geherbalanceerd dient te worden, kunnen deze hoger uitvallen, echter zullen deze nooit de 0,25% overschrijden.

    • Kinstap = Instapvergoeding (0,07%)
    • Kuitstap = uitstapvergoeding (0,05%)
    • Rbruto = bruto rendement (als ingevoerd door jou.) Onze lange termijn rendementsdoelstelling (ná kosten) ligt op 4% boven inflatie, vandaar dat het default percentage van 6%.
    • Let wel: bij kortere looptijden geldt vanwege de lifecycle afbouw een lagere rendementsdoelstelling. In onderstaande tabel is deze terug te vinden.
    • Puitkering = Percentage uitkering die aangekocht kan worden. Hierbij gaan we uit van het percentage ná kosten zoals deze momenteel in de markt aangeboden worden. Voor een looptijd van 20 jaar rekenen we met 6,0%, voor 25 jaar met 5,25% en voor 30 jaar met 5,0%.

    Verwacht bruto rendement volgens de lifecycle

    Looptijd Indicatief bruto rendement
    Langer dan 47 jaar 6,5%
    19 tot 47 jaar 6,0%
    12 tot 18 jaar 5,5%
    9 tot 11 jaar 5,0%
    6 tot 8 jaar 4,5%
    3 tot 5 jaar 4,0%
    Korter dan 3 jaar 3,5%

    Bovenstaande indicatieve bruto rendementen zijn tot stand gekomen op basis van de rendementen per subfonds die voortkomen uit de voorgeschreven berekeningen van het essentiële informatie document. Hierbij is gekozen voor een gemixed rendement waarbij 2/3 van het rendement uit het gematigde scenario is gebruikt en 1/3 van het rendement uit het gunstige scenario per subfonds. Hierna is het resulterende rendement teruggerekend naar een vergelijkbaar gemiddeld rendement over de desbetreffende looptijd. Deze gemiddelde rendementen zijn vervolgens naar beneden afgerond naar het dichtstbijzijnde halve procent.

  • Wat is het verschil tussen een verzekerde en een bancaire lijfrente?

    Tot 2008 waren alle lijfrentes verzekeringen. Verzekerde lijfrentes, ook wel lijfrentepolis genoemd. Die werden alleen door verzekeraars aangeboden. Vaak waren dit woekerpolissen. Aan het potje wat je opbouwt zitten (één of meerdere) verzekeringen gekoppeld. Daarom was het voor de meeste klanten onduidelijk welk deel van de inleg  gebruikt werd voor het potje voor later en welk deel een verzekeringspremie was. Verzekerde lijfrentes waren intransparant, complex en duur.

    Vanaf 2008 mochten ook banken en beleggingsinstellingen lijfrentes aanbieden. Dit worden bancaire lijfrentes genoemd. Eenvoudiger producten zonder gekoppelde verzekeringen. Je gehele inleg wordt – na aftrek van kosten – gebruikt voor het potje voor later. Er zijn twee varianten: een spaarlijfrente en een beleggingslijfrente.

    Bekijk hier de verschillen tussen spaarlijfrente en beleggingslijfrente

  • Kan er iemand langskomen om mij en mijn werknemers uitleg te geven over pensioen?

    Zeker. Wij helpen graag! Afhankelijk van de grootte van je bedrijf, kunnen wij bijvoorbeeld een webinar of workshop organiseren. Bij een workshop komt een van onze pensioenexperts langs om haarfijn uit te leggen hoe (Bright en) pensioen werkt. Voor een live webinar kun je online een afspraak maken. Interesse of meer weten? Neem dan even contact met ons op.

  • Waarom verschilt het doelrendement van de pensioenindicator van de resultaten bij een normale beurs in de pensioenplanner (oude portal)?
    De pensioenplanner in de vroegere, oude portal houdt geen rekening met inflatie. Onze pensioenindicator houdt wél rekening met inflatie.

    Ons doelrendement is 4% boven inflatie. Dat is de reden dat het standaard  / normale percentage bij de pensioenindicator (bij looptijd > 18 jaar) op 6% staat (met inflatie) en bij de oude pensioenplanner op 4% (zonder inflatie). Het percentage waarmee gerekend wordt voor langjarige inflatie is 2%.

    Daarom toont de pensioenindicator bij de uitkering per maand absolute bedrag en het bedrag in koopkracht. Dat laatste bedrag moet je als richtlijn gebruiken voor het bepalen van je inleg.
  • Op welke manier kan ik als werkgever pensioen faciliteren voor mijn werknemers?

    Je kunt als werkgever pensioen faciliteren en de inschrijf- en lidmaatschapskosten betalen voor jouw werknemers. Daarnaast kun je ook bijdragen in de opbouw, in de vorm van extra brutosalaris (onder de noemer “bijdrage oudedag” bijvoorbeeld). Hierdoor stimuleer je dat medewerkers starten met hun pensioenopbouw. De werknemer betaalt hier inkomstenbelasting over, maar kan deze terugvragen (mits de inleg binnen de jaarruimte valt) tijdens de aangifte inkomstenbelasting of via een zelf aan te vragen maandelijkse aanslag.

    Onze ervaring is dat zo’n 30% van de werknemers meedoet, als de werkgever enkel het lidmaatschap betaalt. Als een werkgever ook een bijdrage doet aan de pensioenopbouw, stijgt dit percentage naar 70% – 90%.

    Relevante pagina's:

  • Biedt BrightPensioen een nabestaandenpensioen?

    BrightPensioen biedt ‘een pot voor later’ en geen nabestaandenpensioen. Een nabestaandenpensioen bestaat namelijk uitsluitend bij tweede pijler pensioenregelingen. Wel kun je als Bright-lid een Bright Nabestaandenverzekering afsluiten. Met deze verzekering kun je dit bedrag aanvullen tot het bedrag dat je aan pensioen wilt opbouwen. Zodat jouw nabestaanden altijd een volwaardig bedrag krijgen, mocht je komen te overlijden. Daarmee is het een alternatief op het nabestaandenpensioen.

  • Wat zijn de verschillen tussen de oplossing van BrightPensioen en een traditionele collectieve pensioenregeling?

    Traditioneel regelen werkgevers pensioen voor hun medewerkers via de zogenoemde tweede pijler van ons pensioenstelsel. Een groeiende groep werkgevers kiest voor een alternatieve oplossing via de derde pijler, zoals die van BrightPensioen. De derde pijler is over het algemeen namelijk flexibeler, moderner en simpeler.

    Er zijn veel verschillen tussen beide pijlers. Op deze pagina hebben we die uiteengezet en ook in ons whitepaper komen de verschillen aan bod.

  • Heeft BrightPensioen een dekkingsgraad?

    Nee. Dekkingsgraden hebben betrekking op pensioenfondsen waarbij al het vermogen in een collectieve pot zit. Het is de verhouding tussen het totale vermogen en de verplichtingen die een pensioenfonds heeft naar de toekomst. Bij BrightPensioen bouw je pensioen op in een eigen, individuele pensioenpot. Als je met pensioen gaat laat je deze pensioenpot uitkeren. Dekkingsgraden spelen hier geen rol in.