Vragen over Pensioen

Terug naar alle vragen DGA Werkgever Werknemer Zzp'er

  • Wat is het verschil tussen een pensioenrekening en beleggingsrekening?

    Een pensioenrekening is bedoeld voor je pensioen. Dit noemen we ook wel een lijfrenterekening. Het geld op deze rekening staat vast. Als je met pensioen gaat, laat je die pot geld uitkeren.

    De inleg op deze rekening is fiscaal voordelig. Dit houdt in: je mag de inleg aftrekken van de belasting (zolang het binnen jouw jaarruimte valt). Je betaalt dus minder belasting of krijgt belasting terug. Ook hoef je geen vermogensrendementsheffing te betalen over dit potje.

    De pensioenrekening valt onder box 1.

    Een beleggingsrekening is bedoeld om een potje op te bouwen, zonder je geld vast te zetten. Bijvoorbeeld voor een tussenpensioen. Flexibel dus, maar de keerzijde is dat je hier geen belastingvoordeel over ontvangt (met uitzondering van de FOR). En je betaalt vermogensrendementsheffing over je geld.

    De beleggingsrekening valt onder box 3.

    Bij BrightPensioen krijg je een pensioenrekening en beleggingsrekening voor hetzelfde lidmaatschap. Je betaalt niets extra. Al lid? Vraag op deze pagina je beleggingsrekening aan. Of word eerst Bright-lid.

  • Wat is een pensioengat?

    De term ‘pensioengat’ wordt gebruikt wanneer iemand ‘te weinig’ pensioen heeft opgebouwd. Maar wat is te weinig? Formeel was dat ooit wanneer iemand minder dan 70% van het eindloon opbouwde voor zijn/haar pensioen. Het eindloon-pensioen is echter al lang geleden afgeschaft. Bovendien is het voor iedereen verschillend wat genoeg, te veel of te weinig is.

    Dus zal iedereen zelf moeten bepalen of hij of zij voldoende pensioen opbouwt. Een handig hulpmiddel hiervoor is onze pensioenindicator. Die laat zien hoeveel pensioen je naar schatting opbouwt bij welke inleg.

    Relevante pagina's:

  • Hoe werkt de pensioen- of vermogensindicator?

    De pensioen- of vermogensindicator geeft een indicatie van hoeveel geld je opzij moet leggen voor welk (pensioen)vermogen.

    Zo zijn de berekeningen tot stand gekomen.

    In het rendement hebben we de jaarlijkse variabele beleggingskosten verrekend. Deze bestaan uit de transactiekosten en de jaarlijkse fondskosten. Voor de jaarlijkse fondskosten rekenen we met een percentage van 0,25%. NB: de vaste vergoeding voor het lidmaatschap wordt apart in rekening gebracht en is niet meegenomen in de berekeningen van de indicator. De vaste vergoeding gaat niet ten laste van je (pensioen)vermogen en is ook niet fiscaal aftrekbaar.

    Bij de berekeningen in de indicatie gaan we als volgt te werk:

    1. We berekenen eerst hoeveel jaar je nog zult opbouwen (je gewenste pensioen- of eindleeftijd minus je huidige leeftijd, afgerond naar beneden).

    2. Daarna rekenen we per jaar uit wat de waarde aan het eind van het jaar bedraagt van je eenmalige inleg plus het saldo aan het begin van het jaar (na aftrek van de instapvergoeding) vermeerderd met je maandelijkse inleg in dat jaar (na aftrek instapvergoeding) waarbij de maandelijkse inleg nog een deel van het jaar mee-rendeert.

    We begrijpen het als het onderstaande niet zo helder voor je is, maar in formulevorm ziet dat er zo uit:
     Image

    3. Uiteindelijk komen we op het laatste jaar uit waarin (pensioen)vermogen wordt opgebouwd. Om tot de indicatie van het opgebouwde vermogen te komen, halen we er de uitstapvergoeding van de eindwaarde van het laatste jaar af.

    • Indicatie opgebouwd vermogen (voor afronding) = ( Wgewenste eindleefijd x ( 1 – Kuitstap )).

    Dit bedrag ronden we bewust af naar het dichtstbijzijnde 500-tal. Het gaat per slot van rekening om een indicatie. Een niet afgerond bedrag geeft immers de suggestie van een exacte voorspelling.

    Alleen van toepassing op de pensioenindicator:

    4. Vervolgens gebruiken we dit bedrag om een indicatieve bruto maanduitkering te berekenen.

    • Indicatie bruto uitkering per maand (voor afronding) = ( Indicatie Opgebouwd Pensioenvermogen x Puitkering ) / 12

    Dit bedrag ronden we vervolgens af naar het dichtstbijzijnde 10-tal. Dit is de indicatie bruto maanduitkering die we tonen.

    5. Om tot de koopkracht te komen hanteren we de prijsindex o.b.v. de EU inflatie voorspelling van 2% per jaar (huidige jaar = 100) op de gewenste pensioenleeftijd. Deze gebruiken we vervolgens voor een inflatiecorrectie op de indicatie bruto maanduitkering welke we als koopkracht tonen. Deze koopkracht wordt ook afgerond op het dichtstbijzijnde 10-tal.

    Aantrekkelijk of niet?

    De melding dat BrightPensioen ook minder aantrekkelijk kan zijn verschijnt in de volgende situatie. We berekenen hoeveel je zou hebben opgebouwd bij een fictieve aanbieder die 1,25% per jaar over het beheerd vermogen rekent en 0,5% in- en uitstapkosten per storting. Dit is een percentage dat bij een dergelijk (duurzaam) fonds niet ongebruikelijk is.

    Zodra het verschil in opgebouwd vermogen bij BrightPensioen en het opgebouwd vermogen bij deze fictieve aanbieder groter is dan totale som aan lidmaatschapskosten die je bij BrightPensioen over die periode kwijt bent, verschijnt deze melding.

    Let op: hierbij wordt geen rekening gehouden met fiscaliteit, omdat deze voor iedere klant anders is in zowel opbouw- als de uitkeringsfase. Het niet verschijnen van een melding betekent niet dat we de goedkoopste zijn. Er zijn meerdere factoren die meewegen bij het selecteren van een geschikte oplossing. Vergelijk daarom altijd meerdere aanbieders.

    Toelichting formules. In de bovengenoemde formules is met onderstaande variabelen gewerkt:

    • Wjrx = Waarde jaar x
    • Ieenmalig = eenmalige inleg
    • Ii = inleg in maand i
    • Klopend = lopende fondskosten (0,21%), dit is onze kostprijs van de huidige portefeuille.

    De verwachting is dat deze de komende jaren verder naar beneden zal gaan. Indien er in een jaar geherbalanceerd dient te worden, kunnen deze hoger uitvallen, echter deze zullen nooit de 0,25% overschrijden.

    • Kinstap = Instapvergoeding (0,07%)
    • Kuitstap = uitstapvergoeding (0,05%)
    • Rbruto = bruto rendement (als ingevoerd door jou.) Onze lange termijn rendementsdoelstelling (ná kosten) ligt op 4% boven inflatie, vandaar dat het default percentage van 6%. Let wel: bij kortere looptijden geldt vanwege de lifecycle afbouw een lagere rendementsdoelstelling. In onderstaande tabel is deze terug te vinden.
    • Puitkering = Percentage uitkering die aangekocht kan worden. Hierbij gaan we uit van het percentage ná kosten zoals deze momenteel in de markt aangeboden worden. Voor een looptijd van 20 jaar rekenen we met 6,0%, voor 25 jaar met 5,25% en voor 30 jaar met 5,0%.

    Verwacht bruto rendement volgens de lifecycle

    LooptijdIndicatief bruto rendement
    Langer dan 47 jaar6,5%
    19 tot 47 jaar6,0%
    12 tot 18 jaar5,5%
    9 tot 11 jaar5,0%
    6 tot 8 jaar4,5%
    3 tot 5 jaar4,0%
    Korter dan 3 jaar3,5%

    Bovenstaande indicatieve bruto rendementen zijn tot stand gekomen op basis van de rendementen per subfonds die voortkomen uit de voorgeschreven berekeningen van het essentiële informatie document. Hierbij is gekozen voor een gemixed rendement waarbij 2/3 van het rendement uit het gematigde scenario is gebruikt en 1/3 van het rendement uit het gunstige scenario per subfonds. Hierna is het resulterende rendement teruggerekend naar een vergelijkbaar gemiddeld rendement over de desbetreffende looptijd. Deze gemiddelde rendementen zijn vervolgens naar beneden afgerond naar het dichtstbijzijnde halve procent.

  • Wat is het verschil tussen een spaarlijfrente en een beleggingslijfrente?

    Een spaarlijfrente wordt ook wel banksparen genoemd. Je zet je geld op een geblokkeerde spaarrekening bij een bank, tegen een vaste rente.

    Bij een beleggingslijfrente leg je geld in op een geblokkeerde beleggingsrekening bij een bank of een beleggingsinstelling, zoals BrightPensioen. Jouw geld wordt belegd.

    Bij beleggen heb je een hoger verwacht rendement dan bij sparen, maar je loopt ook meer risico.

  • Wat is het verschil tussen een verzekerde en een bancaire lijfrente?

    Tot 2008 waren alle lijfrentes verzekeringen. Verzekerde lijfrentes, ook wel lijfrentepolis genoemd. Die werden alleen door verzekeraars aangeboden. Vaak waren dit woekerpolissen. Aan het potje wat je opbouwt zitten (één of meerdere) verzekeringen gekoppeld. Daarom was het voor de meeste klanten onduidelijk welk deel van de inleg  gebruikt werd voor het potje voor later en welk deel een verzekeringspremie was. Verzekerde lijfrentes waren intransparant, complex en duur.

    Vanaf 2008 mochten ook banken en beleggingsinstellingen lijfrentes aanbieden. Dit worden bancaire lijfrentes genoemd. Eenvoudiger producten zonder gekoppelde verzekeringen. Je gehele inleg wordt – na aftrek van kosten – gebruikt voor het potje voor later. Er zijn twee varianten: een spaarlijfrente en een beleggingslijfrente.

    Bekijk hier de verschillen tussen spaarlijfrente en beleggingslijfrente

  • Wat is het verschil tussen oud regime en nieuw regime lijfrente?

    Jouw BrightPensioen rekening valt onder het zogenoemde ‘nieuwe regime’ lijfrente. Hiervoor gelden andere fiscale spelregels dan voor ‘oud regime’ lijfrente. Wanneer is er sprake is van oud regime en nieuw regime? En wat de verschillen zijn tussen beide regimes.

    Wanneer is er sprake van een oud regime lijfrente?

    ‘Oud regime lijfrente’ is een term die de Belastingdienst gebruikt voor koopsompolissen (éénmalige lijfrentestortingen) welke zijn afgesloten vóór 1 januari 1992 en lijfrenteverzekeringen met een ingangsdatum vóór 16 oktober 1990 waarvan periodiek premies zijn betaald vóór 1 januari 2001. Hierbij geldt dat de premies niet meer verhoogd mogen zijn na 16 oktober 1990.

    Wat zijn de verschillen tussen oud en nieuw regime?

    Ingangsdatum lijfrente-uitkering:

    Oud regime: Volledig vrije keuze.
    Nieuw regime: De uitkering kan ingaan vóór je de AOW leeftijd hebt bereikt, maar mag niet later dan vijf jaar na je AOW-leeftijd. Laat je de uitkering ingaan voordat je de AOW leeftijd hebt bereikt, dan ben je verplicht een uitkering aan te kopen met een looptijd van minimaal 20 jaar na AOW leeftijd.

    Hoogte tijdelijke lijfrente uitkering:

    Oud regime: Volledig vrij qua looptijd en hoogte uitkering.
    Nieuw regime: Startdatum vanaf het bereiken van de AOW leeftijd en minimale looptijd bedraagt vijf jaar. In 2019 is de jaarlijkse uitkering maximaal € 21.741.

    Looptijd tijdelijke lijfrente-uitkering:

    Oud regime: Een tijdelijke lijfrente-uitkering is mogelijk, maar op dat moment valt de lijfrente onder het nieuwe regime en vervallen de ‘oud-regime rechten’. Een uitzondering hierop vormt de verzekerde tijdelijke lijfrente.
    Nieuw regime: wil je eerder met pensioen dan op je AOW-leeftijd, dan dien je een uitkering aan te kopen die minimaal loopt tot 20 jaar na de AOW leeftijd. Gedurende de vijf jaar na het bereiken van de AOW-leeftijd mag je ook een lijfrente aanschaffen met een looptijd korter dan 20 jaar. De minimale looptijd bedraagt vijf jaar.

    ‘Lump sum’ uitkering:

    Oud regime: Het is mogelijk de volledige lijfrente ineens laten uitkeren. Dit is meestal niet aantrekkelijk omdat de inkomstenbelasting progressief over het gehele bedrag wordt geheven.
    Nieuw regime: Bij een lijfrente hoger dan € 4.404 (2019) wordt er naast de inkomstenbelasting ook een boete van 20% (de revisierente) over de volledige uitkering in rekening gebracht door de Belastingdienst.

    Schenken: 

    Oud regime: De lijfrente kan geschonken worden aan (klein)kinderen of aan andere begunstigden. De begunstigden betalen hierover inkomstenbelasting.
    Nieuw regime: Het is niet mogelijk de lijfrente te schenken aan derden.

    Overhevelen

    Het is mogelijk lijfrente van het oude regime over te hevelen naar BrightPensioen. Bedenk wel dat wanneer je een oud regime lijfrentepolis overhevelt naar BrightPensioen, deze onder het nieuwe regime komt te vervallen en dat daarmee de fiscale regels voor het nieuwe regime zullen gelden.

  • Kan er iemand langskomen om mij en mijn werknemers uitleg te geven over pensioen?

    We helpen je graag! Afhankelijk van de grootte van je bedrijf kunnen we een webinar of workshop organiseren. Bij een workshop komt een van onze pensioenexperts langs om haarfijn uit te leggen hoe (Bright)pensioen werkt. Voor een live webinar kun je online een afspraak maken. Interesse? Of wil je meer weten? Neem dan even contact met ons op.

  • Ik kom uit het buitenland, kan ik bij BrightPensioen pensioen opbouwen?

    Voor het openen van een lijfrenterekening is het vereist dat je inkomstenbelasting betaalt in Nederland. Als je dit niet doet, kun je vermogen opbouwen middels onze beleggingsrekening.

  • Waarom verschilt het doelrendement van de pensioenindicator van de resultaten bij een normale beurs in de pensioenplanner?
    De pensioenplanner in de portal houdt geen rekening met inflatie. Onze pensioenindicator houdt wél rekening met inflatie.
    Ons doelrendement is 4% boven inflatie. Dat is de reden dat het standaard  / normale percentage bij de pensioenindicator (bij looptijd > 18 jaar) op 6% staat (met inflatie) en bij de pensioenplanner met 4% (zonder inflatie). Het percentage waarmee gerekend wordt voor langjarige inflatie bedraagt 2%.
    Daarom toont de pensioenindicator bij de uitkering per maand absolute bedrag en het bedrag in koopkracht. Dat laatste bedrag moet je als richtlijn gebruiken voor het bepalen van je inleg.
  • Op welke manier kan ik als werkgever pensioen faciliteren voor mijn werknemers?

    Je kunt als werkgever pensioen faciliteren en de inschrijf- en lidmaatschapskosten betalen voor jouw werknemers. Daarnaast kun je ook bijdragen in de opbouw in de vorm van extra bruto salaris (onder de noemer “bijdrage oudedag” bijv). Hierdoor stimuleer je dat medewerkers starten met pensioenopbouw. De werknemer betaalt hier initieel inkomstenbelasting over en dient deze zelf terug te vragen.

    De inschrijfvergoeding valt onder de werkkostenregeling. De lidmaatschapskosten kunnen worden geboekt als bedrijfskosten. Onze ervaring (van 150+ werkgevers) is dat zo’n 44% van de werknemers pensioen opbouwt indien de werkgever pensioen faciliteert. Van de werkgevers die geen pensioen faciliteren, bouwt 5% van de werknemers pensioen op. Zodra een werkgever ook (voorwaardelijk) bijdraagt aan pensioenopbouw, stijgt dit percentage verder naar bijna 80%.

    Relevante pagina's:

  • Biedt BrightPensioen een nabestaandenpensioen?

    BrightPensioen biedt alleen ‘een potje voor later’ en geen nabestaandenpensioen. Wat een (voordelig) alternatief kan zijn voor een nabestaandenpensioen, is een overlijdensrisicoverzekering.
    BrightPensioen biedt zelf geen verzekeringen, maar heeft sinds juli 2016 een samenwerking met Allianz. Allianz biedt een overlijdensrisicoverzekering.

  • Als mijn werkgever geen pensioen faciliteert, kan ik dan lid worden van BrightPensioen?

    Iedereen kan een rekening openen bij BrightPensioen. Jouw werkgever kan het lidmaatschap betalen en daarmee pensioen faciliteren. Dit brengt een aantal (fiscale) voordelen met zich mee, maar dit hoeft niet natuurlijk. Je kunt ook zelf starten bij BrightPensioen en zelf de lidmaatschapsvergoeding betalen.

  • Wat zijn de verschillen tussen de oplossing van BrightPensioen en een traditionele collectieve pensioenregeling?

    De meeste werkgevers regelen het pensioen via de zogenoemde tweede pijler van ons pensioenstelsel. Een groeiende groep werkgevers kiest echter voor een alternatieve oplossing via de derde pijler, zoals die van BrightPensioen.

    Er zijn veel verschillen tussen beide oplossingen. Flexibiliteit en duurzaamheid zijn waarschijnlijk de belangrijkste. We hebben een whitepaper geschreven over alle verschillen. Daarin leggen we haarfijn uit wat ons zo anders maakt dan anderen.

  • Waarom vind ik BrightPensioen niet terug in www.mijnpensioenoverzicht.nl?

    Op mijnpensioenoverzicht.nl staat alleen het pensioen opgebouwd in de eerste (AOW) en tweede pijler (pensioenfonds/pensioenverzekeraar via werkgever). Individueel opgebouwd pensioen zoals BrightPensioen valt in de derde pijler en is niet zichtbaar op mijnpensioenoverzicht.nl. Dit wordt geregeld vanuit de overheid, wellicht komt hier in de toekomst een oplossing voor. In onze online omgeving is er wel een mogelijkheid om het overzicht van mijnpensioenoverzicht.nl te uploaden.

  • Gaat BrightPensioen ook de uitkeringsfase verzorgen?

    Ja, dat is wel onze ambitie. Op dit moment hebben we nog geen deelnemers die (bijna) met pensioen gaan, maar dat gaat vanzelf veranderen. We verwachten dit rond 2020 te kunnen faciliteren.

  • Hoe hoog is een AOW-uitkering?

    De AOW is gebaseerd op het minimum loon en hangt onder andere af van je woonsituatie. Als alleenstaande heb je in 2019 recht op € 1.228,22 bruto per maand, oftewel € 1158,22 netto. Woon je samen of ben je getrouwd? Dan heb je in 2019 recht op € 843,78 bruto per maand, oftewel € 796,69 netto. Dit wisselt per jaar omdat de AOW over het algemeen mee stijgt met het prijspeil in Nederland.

    De netto bedragen zijn inclusief de loonheffingskorting. Heb je naast de AOW ook ander inkomen en gebruik je daar de heffingskorting, dan is het netto AOW-bedrag lager.

    Relevante pagina's:

  • Wanneer moet ik beginnen met geld opzij te zetten voor pensioen?

    Dat bepaal je zelf. Wel is het zo dat hoe eerder je begint, hoe lager het bedrag is dat je maandelijks opzij moet zetten voor hetzelfde pensioen. Dat komt door het rendement-op-rendement effect. Daarom loont het om zo vroeg mogelijk te beginnen. Onze pensioenindicator laat zien wat een enorm verschil dit kan maken. Natuurlijk kun je tussendoor een poosje stoppen of wat minder inleggen als het even niet uitkomt. Dan rendeert je vermogen namelijk gewoon door!

  • Wat als ik met deeltijd met pensioen wil gaan?

    Bouw je individueel aanvullend pensioen op in de derde pijler? Dan kan je zelf bepalen wanneer je jouw pensioenuitkering wil laten beginnen. Hierbij ben je wel aan regels gebonden. Koop je een tijdelijke uitkering aan, dan geldt een maximum uitkering van € 20.953 per jaar (2015). Als je een levenslange uitkering aankoopt, geldt er geen maximum. Dit geldt ook voor een uitkering die tot minimaal 20 jaar na de AOW leeftijd loopt.

  • Kan ik mijn pensioengeld ook eerder opnemen?

    Lijfrente is bedoeld voor je pensioen en het is niet de bedoeling dat dit eerder opgenomen wordt.
    Als je het opzij gezette geld toch wilt laten uitkeren – je lijfrente afkopen – betaal je naast de inkomstenbelasting die over de uitkering geheven zal worden, ook nog een extra percentage van maximaal 20 procent. Dat is de zogeheten revisierente. Het geld is immers bedoeld voor je pensioen en de overheid wil op deze manier voorkomen dat dit voortijdig geconsumeerd wordt. Wel kun je al eerder dan op pensioenleeftijd een uitkering aankopen, bijvoorbeeld op je 60ste al. Deze dient dan wel tot minimaal 20 jaar na AOW datum te lopen.

    De uitzondering op deze regel is wanneer je langdurig arbeidsongeschikt wordt. In dat geval kun je de revisierente voorkomen.

  • Heeft BrightPensioen een dekkingsgraad?

    Nee. Dekkingsgraden hebben betrekking op pensioenfondsen waarbij al het vermogen in een collectieve pot zit. Het is de verhouding tussen het totale vermogen en de verplichtingen die een pensioenfonds heeft naar de toekomst.
    Bij BrightPensioen bouw je pensioen op in een eigen, individuele pensioenpot. Op pensioenleeftijd zet je deze pensioenpot om in een pensioenuitkering. Dekkingsgraden spelen hier geen rol.